Bekijk Artikel

02

Uit de eerste resultaten van het insectenonderzoek van de Game & Wildlife Conservation Trust (GWCT) in de zomer van 2019, blijkt dat de experimentele bloemenblokken die de landbouwers hebben aangelegd op hun percelen in kader van het PARTRIDGE project, voldoende insecten bevatten die (jonge) patrijzen graag eten. Deze resultaten tonen dus aan dat de ingezaaide bloemenblokken een geschikte beheermaatregel kunnen zijn om de patrijzenpopulatie in een gebied te herstellen.


In het Oost-Vlaamse PARTRIDGE demonstratiegebied in Boekhoute (Assenede) werken we samen met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV), het Instituut voor Natuur – en Bosonderzoek (INBO) en de lokale landbouwers en jagers voor het het aanleggen van patrijsvriendelijk habitat en het monitoren van de evolutie van de biodiversiteit. De lokale landbouwers zaaiden er onder meer bloemenblokken in, een experimentele beheermaatregel waarbij landbouwpercelen van 1 tot 1,5 ha groot worden ingezaaid met een specifiek patrijsvriendelijk bloemenmengsel die jaarlijks alternerend wordt beheerd. (Lees meer over de experimentele maatregelen in het PARTRIDGE project in het artikel ‘Nieuw wondermiddel voor akkervogels?’ verschenen in Boer&Tuinder op 27/06/2019).


IMG_20190703_170849

Het PARTRIDGE demogebied in het Oost-Vlaamse Boekhoute (Assenede), met op de achtergrond de opvallende bloeiende hongingklaver in een bloemenblok, rechts een gemengde grasstrook plus (VLM beheerovereenkomst) en links een perceel met wintertarwe. © Agrobeheercentrum Eco², 2019


De evolutie van de biodiversiteit in het demogebied wordt door het INBO in kaart gebracht via het monitoren van de aantallen patrijzen, hazen, zangvogels en insecten. Deze cijfers worden dan vergeleken met deze van een gelijkaardig referentiegebied, waar geen bijkomende inspanningen werden geleverd. Op die manier kunnen we het effect van onze beheermaatregelen (bloemenblokken, keverbanken en reguliere VLM beheerovereenkomsten) op de biodiversiteit in kaart brengen en de beheermaatregelen verder verfijnen. Zo hopen we tegen 2023 de biodiversiteit met 30% te laten toenemen.


IMG_3840 
De Game & Wildlife Conservation Trust (GWCT) aan het werk met een ‘insectenstofzuiger’ voor het verzamelen van de insecten. © Agrobeheercentrum Eco²

Bijkomend werd door de Game & Wildlife Conservation Trust (GWCT), de Engelse lead partner in het PARTRIDGE project, in de zomer van 2019 een insectenonderzoek uitgevoerd in drie van de tien demogebieden, nl. Rotherfield (UK), Oude Doorn (NL) en Assenede (BE). Hiervoor werden stalen genomen van de insectenpopulatie in de bloemenblokken en in percelen met wintertarwe. Na analyse van deze insectenstalen, tonen de eerste resultaten dat de bloemenblokken meer insecten bevatten dan de percelen met wintertarwe en dat in de drie demogebieden. Daarenboven hebben de bloemenblokken in de drie demogebieden ook een voldoende hoge CFI of Chick Food Indix, een indicator voor het aantal aanwezige insecten die interessant zijn als voedsel voor (jonge) patrijzen, m.a.w. insectensoorten die patrijzenkuikens graag eten.


Bovenstaande grafiek toont de CFI of Chick Food Index (= indicator van het aantal aanwezige insecten die interessant zijn voor (jonge) patrijzen) van de bloemenblokken t.o.v. enkele percelen wintergranen in de drie onderzochte demogebieden. © Game&Wildlife Conservation Trust, 2020


Bovenstaande grafiek toont het gemiddeld aantal insecten in de bloemenblokken t.o.v. percelen met wintergraan en dit per onderzocht demogebied. © Game&Wildlife Conservation Trust, 2020

Deze eerste resultaten tonen alvast de positieve effecten van de experimentele bloemenblokken en hun geschiktheid als beheermaatregel om de patrijzenpopulatie in een bepaald gebied te herstellen. Al dient hierbij ook vermeld dat de toegankelijkheid, m.a.w. de mate waarin patrijzen en andere akkervogels zich doorheen de bloemrijke vegetatie kunnen voortbewegen, ook een belangrijke rol speelt in de geschiktheid van deze bloemenblokken als patrijzenvriendelijke beheermaatregel.

In het 500 ha grote demogebied werd sinds 2018, dankzij de inspanningen van de lokale landbouwers,  ruimschoots de doelstelling gehaald om minimaal 7% patrijsvriendelijk habitat aan te leggen, wat volgens diverse wetenschappelijke bronnen de minimumoppervlakte is om de patrijzenpopulatie zich te laten herstellen en de biodiversiteit  in het landbouwgebied opnieuw te laten toenemen. Bovenstaande resultaten stemmen ons alvast hoopvol om dit ook in praktijk te kunnen realiseren!  

Meer informatie?

https://northsearegion.eu/partridge/

http://www.agrobeheercentrum.be/Projecten/Partridge



 




Actions: E-mail | Permalink |
);